BRUSSEL WERKT: ONZE PRIORITEITEN

Na een participatief traject (ontmoetingen met ervaringsdeskundigen & experten, het organiseren van denktafels, een online bevraging, een breed publiek-event …) schuiven Groen en Ecolo deze prioriteiten naar voor. We nemen ze de volgende jaren mee als groene draad in ons politiek werk rond economie en werk in Brussel.

BRUSSEL ALS MAAK-STAD

A. We halen de productie terug naar de stad

Groen en Ecolo zijn er van overtuigd dat het maken, de productie ook zijn plaats heeft in de stad zelf.

We willen actief zoeken naar manieren om die stedelijke productie dichter bij of zelfs in woonwijken te brengen. Dat moet natuurlijk gebeuren met respect voor de leefkwaliteit van de bewoners (cfr. lawaai, vervuiling, mobiliteit). Zo zouden nieuwe grote woonprojecten meteen ook ruimte moeten voorzien voor productie-activiteiten en willen we bekijken hoe we productie-infrastructuur kunnen gebruiken om de stad leefbaarder te maken. Woningen boven de werkplekken; een buurtparking, een speelplein, een voetbal- of een basketbalplein op het dak, … zijn voorbeelden daarvan. Als bestaande, centraal gelegen productiefaciliteiten verlaten worden dan moet er eerst gekeken worden of ze niet voor andere of nieuwe stadsproductie gebruikt kunnen worden voor er bestemmingswijzigingen toegestaan worden.

Als we tegelijk een goed netwerk van stedelijke distributiecentra voorzien die ook opslagruimte aanbieden, kan de opslag in de centraal gelegen bedrijven kleiner en dus goedkoper gehouden worden. Verder zoeken we uit of de logistiek van de maak-hubs naar die stedelijke distributiecentra niet via cargo-tram kan gebeuren.

B. Fablabs 2.1

Groen en Ecolo stellen voor om per 50.000 Brusselaars een Fablab, maker-space of microfabriek te voorzien. Die Fablabs staan in het centrum van een nieuwe industriële revolutie. Het zijn ruimtes waar machines ter beschikking gesteld worden aan startende ondernemers, burgers, studenten, hobbyisten, … Zij kunnen er experimenteren, creëren en samenwerkingen ontwikkelen om zo tot een product te komen. Fablabs hebben als doel om de productie terug te brengen naar de lokale omgeving, waardoor die beter is afgestemd op lokale behoeften, duurzamer is en lokale tewerkstelling aanmoedigt.

Wij willen bovendien de link leggen met het onderwijs en met de reparatie/hergebruik-sector. Door vanaf het secundair een nauwe samenwerking te voorzien tussen scholen en de fablabs, zorgen we dat de scholen goede en up-to-date machines en infrastructuur kunnen aanbieden én stimuleren we de technische geletterdheid van veel meer leerlingen. Het zal er mee voor zorgen dat techniek en productie aantrekkelijker wordt voor jongeren. Bovendien krijgen we zo extra creativiteit binnen wat kan leiden tot vernieuwende producten. Zo kunnen (beginnende) bedrijven hun prototypes mee door de scholen laten ontwikkelen en kunnen afgestudeerde leerlingen meteen lokaal aan de slag.

Door samen te werken met repair-cafés (of dergelijke initiatieven) focussen we vervolgens ook op reparatie en (innovatief) hergebruik.

BRUSSEL, SHARING CITY

A. Een aangepast wettelijk kader

Auto’s die het grootste deel van de dag stilstaan, klusmateriaal dat maandenlang in de kelder stof ligt te verzamelen, duizenden mensen die elke dag eten weggooien omdat ze het in hun eentje niet opkrijgen, starters die geen betaalbare kantoorruimte vinden terwijl er toch tientallen gebouwen leegstaan … het zorgt voor verspilling dus dat kan beter. In een grote stad waar mensen dicht bij elkaar wonen kan je dat efficiënter organiseren door met elkaar te delen, uit te wisselen, samen te produceren en te consumeren. Vandaag zijn er al heel wat initiatieven maar vaak botsen die tegen verouderde of onaangepaste wetten.

Groen en Ecolo willen daarom snel een wettelijk kader scheppen voor die deeleconomie-projecten: we willen de drempels wegnemen die de deeleconomie van morgen in de weg staan. We doen dit met respect voor sociale, privacy en duurzaamheidsregels. Door een duidelijk kader te scheppen, zorgen we ervoor dat iedereen de spelregels kent. Dit laat ons toe een eerlijke concurrentie mogelijk te maken en malafide spelers er meteen uit te halen. Om dit efficiënt te doen, zullen het gewest, de gemeenten en hun partners netwerken uitbouwen met andere sharing-cities en verwerven ze expertise d.m.v. de organisatie van studiedagen, deelname aan congressen en het opzetten van proefprojecten.

B. De overheid als actieve partner

De overheid moet volgens de Brusselse groenen het goede voorbeeld geven. Wij zijn die overheid als een een actieve partner van de bestaande en de nieuwe initiatieven. Dat kan door ze zelf te gebruiken, door zelf te delen (bv. het eigen wagenpark, (bureau)ruimtes, materiaal, … ), door er ook mee in te investeren en tenslotte door de omgeving te creëren waarin deeleconomie-projecten goed kunnen aarden.

Zo maken we tijdelijke handel en ruilhandel makkelijker door meer markten te organiseren en ook in de wijken (stand)plaatsen te voorzien voor Foodtrucks, Foodbikes, deelkramen of –kasten, werktuigbibliotheken, deelauto’s … Meteen voorzien we op die manier een geregeld aanbod in buurten waar minder of geen winkels zijn. Het zijn ook extra plekken en momenten waar mensen uit eenzelfde wijk elkaar kunnen ontmoeten wat nieuwe deel-initiatieven kan stimuleren.

BRUSSEL, GROENE ECONOMISCHE HOOFDSTAD

A. Naar een circulaire economie

Groen en Ecolo willen dat Brussel veel ambitieuzer is inzake levensduur, recycling en hergebruik van producten. We stellen een systeem voor waarbij de overheid Green Deals afsluit met Brusselse bedrijven en organisaties: we bekijken hoe we de procedures zo efficiënt mogelijk kunnen maken, we helpen bedrijven om makkelijker aan financiering te komen om de overstap te zetten, we stimuleren de markt door zelf het goede voorbeeld te geven en zetten voluit in op een echt circulair systeem waarbij afval een grondstof is.

Zo zullen we openbare aanbestedingen gebruiken om de circulaire economie te boosten en stopt de overheid met het subsidiëren van afvalverbranding. We vragen ook een uitbreiding van de regelgeving die producenten verplicht goederen terug te nemen.

We stimuleren ook de secundaire markt voor grondstoffen. Een betere afvalophaling en –verwerking is daarbij nodig. Ook kringloopwinkels, repair-cafés, brocanteurs, inboedelopruimers, rommelmarktverkopers … maken daar voor ons deel van uit. Ze kunnen meehelpen aan een efficiënt systeem van ophalen, herstel, verkoop, hergebruik.

B. Scholen: open mind en groen van geest

De groene economie stelt veel beroepen voor nieuwe uitdagingen. We moeten onze scholen aanzetten en ondersteunen om de nieuwste technieken en tendenzen aan hun leerlingen aan te leren.

Zo hebben de leerlingen een voordeel op hun leeftijdgenoten én zullen ze deze technieken automatisch toepassen in de bedrijven waar ze gaan werken of die ze zelf opzetten. De bedrijven waar ze gaan werken, kunnen op die manier beter reageren op de nieuwe vragen van de markt zodat ook de bedrijven zelf er voordelen van ondervinden.

Net zoals ze gedaan heeft voor verschillende industriële sectoren, zou de overheid overeenkomsten moeten afsluiten met de scholen om hen daarbij te helpen. Zo zullen er aangepaste cursussen moeten komen, moeten leraren zich kunnen bijscholen in de nieuwste technieken en moeten de scholen over de meest moderne materialen beschikken.

ZET BRUSSEL AAN HET WERK

A. Begeleiding op maat

Om allerlei redenen ontbreekt het vele Brusselse werklozen aan de netwerken die kunnen helpen om een baan te vinden. Mensen die weten waar er jobs openstaan, iemand die een aanbevelingsbrief schrijft, … het kan vaak het verschil maken tussen wel en niet een baan vinden. We willen die personen met zo’n netwerk-handicap een traject op maat kunnen aanbieden: denk daarbij aan het inschakelen van een meter of een peter, van coaches die hun persoonlijk netwerk kunnen inschakelen, het aanbieden van stages waarin ook intensief ingezet wordt op het verwerven van sociale vaardigheden, … zodat die mensen uiteindelijk in het gewone arbeidsmilieu kunnen terechtkomen.

Bovendien ligt het aantal werkzoekenden dat in Brussel een intensieve begeleiding krijgt, volgens ons sowieso te laag. Nochtans hebben veel van onze werklozen extra hulp nodig omdat ze laaggeschoold zijn, sociale / economische / psychische problemen hebben (vaak het resultaat van langdurig werkloos te zijn) of omdat ze nieuwkomer zijn en niet weten hoe ze hier moeten beginnen solliciteren. Te veel mensen worden vandaag aan hun lot overgelaten. Het aantal tewerkstellingsconsulenten moet snel naar het Europese streefdoel van 1 per 60 werkzoekenden evolueren.

Tenslotte willen Groen en Ecolo ook de werkgevers in hun zoektocht naar geode werknemers begeleiden. Nog te vaak missen werkgevers de ideale werknemer omdat ze zich laten afremmen door vooroordelen. Uiteindelijk zorgt dit voor een dubbel verlies: het bedrijf had een betere werknemer kunnen hebben én de geweigerde werknemer is gefrustreerd omdat hij zijn kunde niet kan bewijzen. We voorzien coachingprogramma’s voor die Brusselse werkgevers waarin ze leren hoe ze met een open blik moeten rekruteren, hoe ze sollicitatiegesprekken kunnen voeren met iemand die de taal (nog) niet helemaal beheerst (taalbeheersing en intelligentie zijn twee verschillende zaken), enz.

B. Talenten ontwikkelen

Meertalige mensen hebben in Brussel een voetje voor. Veel jobs hangen af van de goede beheersing van meerdere talen. De Brusselse kinderen en jongeren groeien op in een meertalige omgeving en spreken vaak van jongs af aan meerdere talen. Helaas wordt dat talent in onze scholen onvoldoende ontwikkeld zodat diezelfde kinderen en jongeren dat later vaak niet kunnen uitspelen als een troef.

Daarom willen we in Brussel een gezamenlijk meertalig aanbod opzetten van scholen waar onze Brusselse kinderen goed meertalig afstuderen én zo beter voorbereid worden op de uitdagingen van de arbeidsmarkt in en rond onze hoofdstad.

C. Praktijktesten

Al te vaak merken we dat mensen met buitenlandse roots niet eens uitgenodigd worden voor bepaalde vacatures. Men kijkt niet naar hun diploma’s of vaardigheden maar maakt een eerste schifting op basis van naam, herkomst of woonwijk. Deze discriminatie is onaanvaardbaar. We willen dat het Brussels Gewest een inspectiedienst opzet die, voor die bedrijven waarover een vermoeden van discriminatie bestaat, ook praktijktesten gebruikt om te zien of elke werkzoekende er gelijke kansen krijgt.