LEVENSKWALITEIT

Wij willen dat het in Brussel aangenaam leven en wonen is. We zien een stad voor ons met rustige wijken met propere straten en uitnodigende pleintjes. De publieke ruimte is van iedereen. We geven onze buurten samen vorm en zorgen er voor dat iedereen er zich ook verantwoordelijk voor voelt. Bovendien gaan we extra groene ruimtes én stilteplekken creëren zodat alle Brusselaars letterlijk af en toe kunnen onthaasten in hun eigen buurt.

Groen op wandelafstand

De aanwezigheid van natuur en groen in de buurt heeft een grote impact op hoe goed mensen zich voelen. Bovendien heeft groen in de stad ook een positieve impact op de luchtkwaliteit omdat bomen fijn stof uit de lucht filteren. Brussel heeft veel groen maar het is erg ongelijk verdeeld: de dichtbebouwde en vaak ook armste wijken zijn daarbij slecht bedeeld. Wij willen ervoor zorgen dat deze plekken groener worden en dat ook mensen die in dichtbebouwde buurten wonen toegang krijgen tot natuur.

1. Publieke-parkenplan

Brussel heeft een woud, parken, een groene wandelroute, enz … Alleen is dat groen erg ongelijk verdeeld over het Gewest. Wij vinden echter dat iedereen evenveel recht heeft op groene ruimte om te kunnen ontspannen, spelen en ademen. Daarom krijgt iedereen buurtgroen of een openbaar park op wandelafstand (150m à 200m). De overheid tekent per gemeente een plan uit dat aantoont hoe ze dit op korte termijn zal realiseren.

2. Meer groendaken en –muren

Gebouwen met groendaken en –muren houden het regenwater langer bij om het daarna langzaam terug af te geven. Zo overbelasten we de Brusselse rioleringen niet bij grote stormen of felle regenval. Wij volgen het voorbeeld van Berlijn en leggen wettelijk vast dat bij elk nieuw gebouw en bij elke verbouwing er een minimum aantal m² groenbedekking en gevelgroen wordt voorzien.

3. Verdichten en vergroenen

Er komen steeds meer Brusselaars bij. Als we willen vermijden dat de weinige open plekken allemaal dichtgebouwd worden, dan moeten we verdichten. Op heel veel plekken is dit trouwens al aan de gang. Maar verdichting kan alleen slagen als er ook voldoende openbare groene ruimte wordt voorzien. Daarom creëren we net in de meest dichtbevolkte wijken een fijnmazig aanbod van groene ruimte. Openbaar en 7 dagen op 7 toegankelijk natuurlijk, dat spreekt vanzelf.

4. Groene speelplaatsen

Ravotten in de natuur, spelen in het groen, … Het is iets wat we onze kinderen graag gunnen. Alleen brengen ze vooral uren op school door, is de speelplaats meestal van beton en klinkers en herkennen onze stadskinderen geen eik van een beuk meer. Daarom bouwen we alle speelplaatsen om tot groene speelplaatsen. Het daagt onze kinderen uit om (anders) te bewegen, vaak voelen ze zich fijner op een school met een groene speelplaats, er wordt minder ruzie gemaakt én ze kunnen zich nadien zelfs beter concentreren in de klas. Niets dan voordelen dus.

5. Maak van het koninklijk domein een publiek park

Het koninklijk domein is 186ha groot en dat is meer dan heel Sint-Joost-ten-Node. Nu wordt het alleen gebruikt door onze koning en zijn familie. Nochtans zijn er veel Brusselaars die moeilijk toegang hebben tot groen. Daarom willen wij het domein van Laken, net zoals de tuin van het paleis in Noorwegen, openstellen voor het publiek. Natuurlijk met respect voor de plaatselijke dieren en planten.

6. Tijdelijk gebruik van braakliggende terreinen

Iedereen kent wel een ongebruikt terrein in de buurt. Je kunt er “kijken” naar verwilderde natuur door de mazen van de alomtegenwoordige Heras-hekken. Vaak liggen deze terreinen al klaar voor projecten die nog jarenlang op zich zullen laten wachten. Wij vinden het zonde van dat groen niet open te stellen voor de lokale bewoners. Zo geven we de ruimte aan nieuwe collectieve moestuinen, speelterreinen of tijdelijke parkjes. Als eerste project stellen we de terreinen rond het Weststation open.

Aangename wijken

Hoe zorg je ervoor dat mensen zich thuis voelen in hun wijk? Wat is er nodig om van de openbare ruimte een aangename plek te maken? Hoe maken we straten en pleintjes die aanzetten tot ontmoeting en contact? En waarom geven we de Brusselaars niet meer zeggenschap over hun eigen buurt zodat ze zich er ook echt verantwoordelijk voor gaan voelen? Samen met de Brusselaars maken we van Brussel een echt leefbare stad.

1. Ga maar lekker buitenspelen

Durf jij je kinderen voor de deur op straat te laten spelen? Veel Brusselaars niet: ook in woonwijken heeft de auto het namelijk voor het zeggen. Door heel wat van die buurten tot woonerf om te vormen, verhogen we er de levenskwaliteit en worden ze ook veel veiliger. De wagen is er te gast en rijdt langzaam. Voetgangers gebruiken de straat over de volle breedte en kinderen kunnen eindelijk buiten plezier maken. Als we de weg definitief her aanleggen, kiezen we voor een volledige vlakke aanleg met ruimte voor groen, bankjes, fietsenstallingen en speeltuigen.

2. Baas in eigen straat

In een wijk zijn er altijd wel kleine werkjes of verbeteringen te doen. Enkele stoeptegels die vastgelegd moeten worden, een zitbank die erg welkom zou zijn, een fresco om de buurt op te leuken, … Helaas duurt het soms erg lang voor de stadsdiensten dit soort vragen aanpakt. Wij voorzien voor elke wijk een jaarlijks budget waarmee de bewoners zelf beslissen welke (kleinere) werken er prioritair zijn. Iedereen die in de wijk woont mag deelnemen aan de wijkraad die democratisch beslist hoe ze het budget zullen besteden. En voor grotere werken in de wijk (bovenop de wijkbudgetten) geeft de wijkraad een advies aan de stad. Dit advies wordt opgenomen in het openbaar onderzoek.

3. Ruim baan

Geef toe: onze straten zien er zelden aantrekkelijk uit. Parkeerplaatsen, vuilniszakken die te pas en te onpas buiten staan, het ontbreken van rustplekken, … Nochtans zou de weg een echte ontmoetingsplek kunnen zijn. Wij willen de straten dan ook “leeghalen” of “vrij maken”. Dankzij wijkparkings verdwijnen de vele auto’s uit beeld en door de invoering van afvalstraten halen we de vuilniszakken en de bijhorende overlast weg. Zo komt er ruimte vrij die we gebruiken om nieuwe ontmoetingen mogelijk te maken.

4. Een “Groenvergunning”

Het is erg belangrijk dat we de dichtbevolkte buurten van Brussel ook vergroenen. We willen de Brusselaars de kans geven hun wijk ook zelf mooier te maken: zo wordt het leven er aangenamer en bovendien brengen we zo buren met elkaar in contact. Om dit te stroomlijnen werken we een “groenvergunning” uit. Deze vergunning geeft bewoners de kans zelf initiatief te nemen in de openbare ruimte.

NIEUW ! 5. Zenneplekken

Brussel heeft al jaren geleden de Zenne onder de grond gestopt, een fout die nog maar moeilijk recht te zetten is. Nochtans heeft de aanwezigheid van fonteinen, vijvers, waterpartijen, … een zeer positief effect op de levenskwaliteit van een buurt. Waar mogelijk geven we elke wijk op een creatieve manier haar eigen “Zenneplek”. – Een voorstel van H. Schallenbergh

MIS JE IETS?

Mis je iets? Heb jij nog een goed idee over hoe we Brussel in een maakstad kunnen veranderen, heb je een suggestie die we zeker moeten meenemen? Stuur ze ons dan door …