SCHOON BRUSSEL

Wonen in de stad heeft een grote impact op je gezondheid. Door de luchtvervuiling en het vele lawaai leven stadsbewoners gemiddeld minder lang dan mensen die buiten de stad wonen. Dat is onaanvaardbaar en dus willen wij de lucht weer zuiver maken en de rust laten terugkeren in Brussel. En ook de properheid van de straten pakken we aan want die bepaalt in grote mate hoe aangenaam het leven is in je buurt.

Zuivere lucht

Brussel is de hoofdstad van de luchtverontreiniging. Daardoor leven we gemiddeld bijna een jaar minder lang dan zou kunnen. Astma, longkanker, hart- en vaatziekten, een lager geboortegewicht bij baby’s, … zijn allemaal gelinkt aan de vervuiling van de lucht die we inademen. Het is dus ontzettend belangrijk dat we de Brusselse lucht zuiver krijgen zodat we weer met zijn allen opgelucht adem kunnen halen.

1. De Wereldgezondheidsorganisatie weet het beter

Er komen steeds vaker luchtvervuilingspieken voor in Brussel, momenten waarop de lucht zo zwaar vervuild is dat het erg schadelijk wordt voor onze gezondheid. Er bestaan een aantal maatregelen die dan genomen kunnen worden om de luchtvervuiling te beperken. Gratis openbaar vervoer en het beperken van het aantal auto’s zijn er maar enkele van. Alleen ligt de vervuilingsdrempel die overschreden moet worden voor deze maatregelen genomen worden, zo hoog dat hij nooit bereikt wordt. Wij stellen voor de voorschriften van de Wereldgezondheidsorganisatie te volgen. Daardoor zal de gezondheid van de Brusselaars en hun kinderen sneller beschermd worden bij een volgende vervuilingspiek.

2. Bye bye dieselbussen

Voertuigen die rijden op diesel zijn erg slecht voor de luchtkwaliteit. Het is dan ook onbegrijpelijk dat onze openbaar vervoermaatschappijen met dieselbussen blijven rondrijden in ons Gewest. We stellen dan ook voor alle dieselbussen tegen 2025 te weren. Dat geldt niet enkel voor de MIVB maar ook voor TEC en De Lijn.

3. Rijden onder stroom

Er bestaan intussen heel wat wagens die minder vervuilen. Jammer genoeg verloopt de overgang naar voertuigen die rijden op gas en elektriciteit erg traag. Daarom moeten het gewest, de gemeenten en alle instellingen en organisaties die van hen afhangen, het goede voorbeeld geven. Telkens een van hun wagens afgeschreven is, moet hij vervangen worden door een auto op gas of elektriciteit.

4. Fietsen voor zuivere lucht

Het enige voertuig dat geen vuile lucht produceert is de fiets. We investeren meer in de fiets omdat fietsers bijdragen aan een betere luchtkwaliteit. Bovendien is het beter voor de gezondheid en voor de verkeersveiligheid in Brussel. Een leuke app zorgt ervoor dat de fietsers kunnen nagaan voor hoeveel propere lucht ze gezorgd hebben.

5. Lage Emissie Zone: nu, heute, maintenant, الآن

Het Brussels Gewest heeft beslist vanaf 2018 een lage emissie zone in te voeren. In het hele gewest zullen de oudste en meest vervuilende wagens geweerd worden. Alleen is dit natuurlijk niet voldoende om Brussel echt weer adem te laten halen. Wij stellen voor het hele Brusselse gewest tot “kwetsbare zone” uit te roepen zodat iedereen moet samenwerken om de lucht weer schoon te krijgen: meer auto-arme wijken, meer openbaar vervoer, overstap-parkings buiten het centrum, slimme heffingen op het gebruik van de wagen in de zone Brussel, premies voor isolatie en zuinige verwarmingsketels enz…

6. Luchtvervuiling! Waar? Daar!

Het zal nog wel enkele jaren duren voor we de lucht in Brussel echt gezond krijgen. Om de bewoners en bezoekers de kans te geven zichzelf te beschermen en de meest vervuilde plekken te vermijden, willen we de vervuiling op die plaatsen zichtbaar maken. In real time moet te zien zijn hoe schoon de lucht is op de Kleine Ring, de Wetstraat, de Keizer Karellaan, enz …

7. Teveel vervuiling? Straat gesloten !

De luchtvervuiling in Brussel is niet overal even erg. Gelukkig maar. Alleen zijn er plaatsen in ons Gewest waar de normen geregeld overschreden worden én waar heel wat mensen wonen. Die plekken moeten eerst aangepakt worden zodat de situatie er structureel verandert. Intussen moeten die wegen automatisch afgesloten worden telkens als er een drempelwaarde overschreden wordt. De gezondheid van de omwonenden moet absoluut beschermd worden.

8. Stop met geld te verbranden!

Afval kan ook opnieuw grondstof worden. Maar dan moet je er wel doordacht mee omgaan. In Brussel wordt afval echter vooral verbrand! Doordat het Brusselse afvalbeleid vooral is afgestemd op die verbranding, is dat namelijk goedkoper dan recyclage en hergebruik. Bovendien doet de Brusselse regering alsof de energie die de verbrandingsoven opwekt groene energie is. Daardoor krijgt Brussel Net elk jaar voor 10 miljoen extra inkomsten. Dit extra geld zorgt er voor dat men de verbrandingsoven goed wil laten draaien. Als het van ons afhangt, dan geven wij deze oven dus geen Groene-Stroom-Certificaten meer.

9. Verbrandingsoven: 2 van de 3 ovenlijnen sluiten

Brussel heeft een afvalverbrandingsinstallatie in Neder-Over-Heembeek met drie ovenlijnen. En dat willen wij anders. Schone verbrandingsovens bestaan namelijk niet: vandaag zijn ze goed (of slecht) voor 6 procent van de CO2-uitstoot in het gewest. Als we nog meer inzetten op het selecteren van afval, recyclage en hergebruik, dan kunnen we binnenkort één (en op middellange termijn zelfs ook een tweede) ovenlijn sluiten. Een uitdaging die we graag aangaan.

Rustige stad

Lawaai en geluidsoverlast hebben een zeer grote impact op ons leven. Gezondheidsproblemen, slaapstoornissen, verminderde concentratie, stress en mogelijk agressief gedrag, … het zijn maar enkele negatieve gevolgen. We beseffen dat het leven in de stad altijd wat lawaai met zich meebrengt maar we zijn overtuigd dat het heel wat rustiger kan. We willen een actief beleid voeren om de lawaai-hinder binnen Brussel de komende jaren in te perken.

1. Feesten in de héle stad

Wonen in een bruisende stad is leuk maar op sommige plekken is er zoveel te doen, dat de leefbaarheid soms in gevaar komt. Je zult maar aan een pleintje wonen waar elke week een concert georganiseerd wordt. Daarom lijkt het ons beter dat er per plein een maximaal aantal evenementen per jaar afgesproken wordt.

2. Brussel, stiltestad

Omdat stilte in Brussel een zeldzaam goed is, gaan we per wijk op zoek naar stilteplekken. Het is niet de bedoeling (als dat al enigszins mogelijk zou zijn) om van Brussel een stille stad te maken maar wel om de stilteplekken in Brussel te ontdekken, op te waarderen en te beschermen. Als we merken dat sommige delen van ons gewest een tekort aan stilteplekken hebben, nemen we initiatieven om daar extra van dat soort plaatsen te voorzien (een nieuw parkje, een binnengebied dat we ontsluiten, een studieplek voor de jongeren uit de buurt, …).

3. Bomen en balkonnetjes

In sommige straten klinkt de stad veel luider dan in andere. Veel heeft te maken met de manier waarop de straat ingericht is en de huizen gebouwd zijn. Bomen, de aanwezigheid van balkonnetjes, gevels die wat inspringen, een groene plek tussen enkele huizen, … het zijn zaken die het geluidsniveau in een straat drastisch kunnen doen dalen. Elke gemeente moet daarbij rekening houden bij de (her)aanleg van de straten, bij het uitschrijven van de stedenbouwkundige regels en bij het geven van bouwvergunningen.

4. Openbaar vervoer op kousenvoeten

Om de tien minuten een tram die schurend de bocht neemt, bussen die met piepende remmen stoppen voor een verkeerslicht, vuilniswagens die met veel lawaai tientallen containers ophalen, … het kan voor erg veel geluidsoverlast zorgen. Bij de aankoop van bussen, trams en vrachtwagens voor overheden en overheidsdiensten moet dan ook rekening gehouden worden met de hoeveelheid lawaai die ze kunnen veroorzaken.

5. Stilte in de klas!

In klaslokalen en schoolrefters klinkt het lawaai soms oorverdovend hard. En dat heeft een grote impact op onze kinderen: ze worden veel sneller moe, kunnen zich moeilijker concentreren, moeilijker leren, … Nochtans kan met een aantal eenvoudige maatregelen het geluidsniveau makkelijk enkele decibels naar beneden. School per school pakken we dat aan.

Propere stad

Vraag de Brusselaar naar zijn ergernissen en vuilnis staat meestal op één. Sluikstorten, zwerfvuil, vieze straten en trottoirs zijn dan ook een groot probleem voor ons gewest. Nochtans zijn er heel wat andere grote steden in Europa waar de situatie een stuk beter is. Het is dus mogelijk om het afvalprobleem aan te pakken. En daarbij willen we ook de basis van het probleem bekijken: hoe zorgen we ervoor dat we sowieso minder afval produceren?

1. Afvalstraten houden Brussel proper

Veel Brusselaars wonen zo klein dat afval bijhouden of correct sorteren in meerdere zakken moeilijk wordt. Daarom zetten wij in op meer ondergrondse afvalcontainers. Zo moet je niet meer wachten op de vuilniskar maar kan je je witte, gele, blauwe, … zak dumpen vanaf het moment dat hij vol is. Proefprojecten in Gent en Mechelen tonen aan dat mensen er beter door sorteren én dat er veel minder zwerfvuil in de straten te vinden was.

2. Blikje leeg? Geld terug!

Wist je dat 40% van al het zwerfvuil uit drankverpakkingen bestaat. Blikjes, frisdrankflesjes, drankkartonnetjes … Ze verpesten onze mooie stad en vergiftigen onze natuur. In Nederland en Duitsland zie je ze echter zelden rondslingeren. Het verschil? Daar vragen ze statiegeld voor blikjes en PET-flessen zodat mensen ze ook terugbrengen naar de winkel of ophaalplekken. Een goed idee dat we dus ook in Brussel invoeren.

3. Een peukenpolitiek

Er liggen duizenden sigarettenpeuken op de grond in Brussel. Nochtans duurt het jaren voor ze zijn verteerd en vergiftigen ze de grond waarop ze liggen. Het opvegen ervan kost veel geld want is niet eenvoudig omdat ze zich vaak vastzetten in de voegen van de stoep of de straat. Dat kan dus anders. We willen mensen met campagnes aan het denken zetten zodat ze hun gedrag veranderen. Hardleerse vervuilers pakken we aan met boetes.

4. De vervuiler betaalt

Of je nu veel of weinig afval produceert, in Brussel betaal je evenveel. Goed, je moet wat minder vuilniszakken kopen maar die zijn in ons gewest redelijk goedkoop. Het zou toch veel eerlijker zijn als je beloond wordt voor je inspanningen? Voor ons is het duidelijk: wie weinig (rest)afval produceert, mag dat ook positief voelen in de portemonnee.

5. Mag het een beetje minder zijn?

Een doos in een doos in een papier in een plastic zak. Het minste wat je gaat kopen zit wel twee of drie keer verpakt. Al dat afval sleep je mee en moet jij weer kwijt zien te geraken. En vaak moet je daarvoor zelfs betalen. Om de supermarkten en de producenten voor hun verantwoordelijkheid te plaatsen en ze te doen nadenken over de hoeveelheid verpakkingsafval waarmee ze ons opzadelen, willen wij dat mensen dit afval bij de winkel kunnen achterlaten of terug kunnen binnenbrengen.

6. Compostpaviljoentjes

Eigenlijk is het zonde van groenten-, fruit- en tuinafval (GFT) in de vuilniszak te werpen. Door het GFT aan je kippen te geven of te composteren in je tuin of in je wormenbak, zorg je ervoor dat je al die goede voedingsstoffen niet laat verloren gaan. Bovendien wordt je vuilniszak er ook nog eens lichter door. Omdat niet iedereen een tuin heeft, voorzien we per wijk een Compostpaviljoen waar je met je GFT terecht kan. Bovendien willen we dat Brussel ook een biogasinstallatie bouwt zodat dit lokale afval ook lokaal energie opwekt.

7. Samen voor een nette straat

Wie woont er niet graag in een propere wijk? Nochtans blijkt dat wij en onze buren soms de grootste vervuilers zijn van onze eigen buurt. In Gent werd het zwerfafval in een lokaal parkje gehalveerd door samen te werken met de bezoekers ervan. In Brussel gaan we hardnekkige sluikstorten aanpakken samen met de bewoners van de wijken die er het meest onder lijden.

8. Handen uit de mouwen

In heel veel straten komt er elke dag een straatveger langs. En een of twee keren per week de vuilniswagen. Maar net zoals een poetsvrouw je huis toch net iets minder grondig schoonmaakt dan je zelf zou doen, hebben ook deze mensen geen tijd om de straat helemaal te doen blinken. Op sommige plekken steken de bewoners dan ook één keer per jaar zelf de handen uit de mouwen. We gaan deze mensen beter ondersteunen door ze van gepast materiaal te voorzien en ze tegelijk te versterken met hulp van de reinigingsdienst van de stad.

9. Meer en betere containerparken

Het aantal containerparken in Brussel neemt toe maar we kunnen er nog wel wat meer gebruiken. Bovendien zijn de openingsuren vaak niet aangepast aan die van de werkende Brusselaar. En tenslotte merken we dat niet alle afval er aanvaard wordt. Meer containerparken die meer afvalsoorten aanvaarden en die 7 op 7 open zijn, daar gaan we voor.

10. Een “vliegende ploeg” schoonmakers

Ken je dat? Er zijn een aantal blinde muren in de straat. Maandenlang waren die netjes en plots heeft er iemand een tag opgezet of hangt er een affiche. Je kunt er zeker van zijn dat die er niet lang alleen staan of hangen. Snel schoonmaken of verwijderen is dus de boodschap. Als je dat zelf niet kan, dan komt een “vliegende ploeg” schoonmakers van het Gewest dat automatisch doen. Zo houden we onze straten niet alleen proper maar ook mooi.

11. Brussel Net of Brussel Netter?

Als de vuilniswagen is gepasseerd, lijkt het soms alsof je straat vuiler is dan tevoren. De mensen van deze ophaaldienst willen / moeten zo snel werken dat ze niet altijd oog hebben voor de toestand waarin ze je buurt achterlaten. Het lijkt ons logisch dat Brussel Net beoordeeld wordt op de kwaliteit van het geleverde werk en niet enkel op de snelheid waarmee ze de vuilniszakken oppikken.

MIS JE IETS?

Mis je iets? Heb jij nog een goed idee over hoe we Brussel in een maakstad kunnen veranderen, heb je een suggestie die we zeker moeten meenemen? Stuur ze ons dan door …